Laatst bijgewerkt: 14 februari 2026 | Door Marc Tukker, WKI-geregistreerd incasso specialist.
U hebt geleverd. De factuur is opeisbaar. En precies op het moment dat u druk zet, staat er ineens in het Handelsregister: “BV ontbonden”. Geen faillissement, geen curator, geen gesprek – alleen radiostilte. Dit is het scenario waar veel ondernemers zich machteloos bij voelen: de debiteur ontbindt bv om schuld te ontlopen. En dan komt de vraag die er echt toe doet: is dit einde verhaal, of begint het pas?
Debiteur ontbindt BV om schuld te ontlopen: wat u dan echt moet checken
Ontbinding van een BV is op zichzelf niet verboden. Een onderneming mag stoppen. Maar ontbinding wordt verdacht zodra er schulden openstaan en er geen reële afwikkeling plaatsvindt. In de praktijk zien we drie terugkerende varianten.
De eerste is de zogeheten turboliquidatie: de BV wordt ontbonden omdat er volgens het bestuur “geen baten” meer zijn. Dat klinkt administratief, maar kan strategisch worden ingezet. De tweede is ontbinding na het wegsluizen van activa, waarbij de BV op papier leeg achterblijft. De derde is de stille doorstart: dezelfde activiteiten, andere BV, dezelfde mensen, maar uw factuur is “van de oude entiteit”.
Uw eerste check is daarom niet: “Is de BV weg?” maar: “Waar zijn de baten gebleven, en wie heeft er geprofiteerd?”
Waarom turboliquidatie vaak het startschot is voor onderzoek
Bij turboliquidatie ontbreekt een faillissementsprocedure. Er is dus geen curator die de administratie opvraagt, transacties terugdraait of bestuurders bevraagt. Als schuldeiser moet u zelf sneller en scherper handelen.
De wetgeving rondom turboliquidatie is aangescherpt: bestuurders hebben bij een ontbinding zonder baten meer verantwoordingsplichten gekregen (zoals het deponeren van stukken). Dat betekent niet dat iedere turboliquidatie automatisch onrechtmatig is, maar het maakt het eenvoudiger om gaten in het verhaal bloot te leggen. En gaten zijn precies waar aansprakelijkheid begint.
Wanneer is ontbinding “misbruik” en wanneer gewoon pech?
Het hangt af van feiten. Er zijn situaties waarin een BV echt geen geld meer heeft. Als er aantoonbaar geen activa zijn, geen debiteuren, geen voorraad en geen verhaal, dan kan ontbinding een logische laatste stap zijn.
Maar ontbinding wordt problematisch als:
- er kort voor ontbinding nog geld of goederen zijn uitgekeerd, verkocht of overgeheveld
- de administratie ontbreekt of bewust onvolledig is
- er selectief is betaald (wel gelieerde partijen, niet u)
- de onderneming feitelijk doorgaat in een nieuwe jas
In dat soort situaties verschuift het juridisch speelveld. Dan gaat het niet langer alleen om “een vordering op een BV”, maar om verhaal op bestuurders, gelieerde vennootschappen of ontvangers van activa.
Juridische routes die wél werken als de BV is ontbonden
Wanneer de debiteur ontbindt bv om schuld te ontlopen, zijn er grofweg drie effectieve routes die we in dossiers terugzien. Niet elke route past bij elk dossier, en soms is het juist de combinatie die druk creëert.
1) Heropening van de vereffening: als er toch baten blijken
Als later blijkt dat er wél baten waren, kan de vereffening worden heropend. Denk aan een verborgen bankrekening, een vordering op een klant die “vergeten” is, of opbrengst uit een verkoop die buiten beeld is gehouden.
Praktisch betekent dit: u moet aanwijzingen verzamelen dat er iets te vereffenen valt. Soms ligt dat in uw eigen dossier (bijvoorbeeld: vlak voor ontbinding is er nog een deelbetaling gedaan, dus er was geldstroom). Soms komt het uit openbare bronnen (nieuwe bedrijfsactiviteiten, dezelfde website onder andere naam, of activa die ineens elders opduiken).
2) Pauliana: transacties terugdraaien die schuldeisers benadelen
Heeft de BV vlak voor ontbinding activa overgedragen, dan kan dat vernietigbaar zijn op grond van de actio pauliana. De kern: transacties die schuldeisers benadelen en waarbij wetenschap van die benadeling aanwezig was.
Hier zit de winst vaak in details. Was de koper gelieerd (familie, holding, “vrienden-BV”)? Was de prijs marktconform? Was er een logische zakelijke reden? Hoe kort zat het op ontbinding? Hoe slechter het verhaal, hoe groter de druk.
De uitkomst is niet “u krijgt gelijk omdat het verdacht voelt”, maar: de transactie kan worden teruggedraaid, waardoor het actief weer in het verhaal komt. En dan ontstaat er weer een pot waaruit u betaald kunt krijgen.
3) Bestuurdersaansprakelijkheid: als de BV als schild wordt misbruikt
Bestuurdersaansprakelijkheid is geen standaardknop die u indrukt. Maar als een bestuurder bewust toewerkt naar niet-betalen, terwijl hij wíst dat de BV haar verplichtingen niet zou nakomen, dan ontstaat ruimte.
Twee invalshoeken komen in de praktijk het meest voor:
- Onrechtmatige daad richting schuldeiser: bijvoorbeeld contracteren terwijl betaling onrealistisch was, of bewust selectief betalen.
- Kennelijk onbehoorlijk bestuur in het kader van insolventie-achtige situaties, zeker als administratieplicht is geschonden.
Wat u nodig heeft is een feitenlijn: wanneer is er besteld, geleverd, gefactureerd, aangemaand, wat werd er toegezegd, en wat gebeurde er intussen intern (ontbinding, overdrachten, doorstart). Hoe consistenter de tijdlijn, hoe minder ruimte voor “bedrijfseconomische pech” als excuus.
Praktijkvoorbeelden: zo ziet “schuld ontlopen” er in het echt uit
We komen dit soort patronen regelmatig tegen bij mkb-dossiers. Drie herkenbare situaties.
Case 1: de stille doorstart met dezelfde klanten
Een debiteur ontbindt de BV en zegt: “Er is niets meer.” Maar in de weken erna zien we dezelfde bedrijfsactiviteiten terug onder een nieuwe BV, met hetzelfde telefoonnummer en dezelfde mensen. Klanten worden gewoon bediend. Alleen: u staat buiten.
Juridisch wordt het dan interessant om te kijken of er activa zijn overgedragen (klantenbestand, voorraad, domeinnaam, machines) en onder welke voorwaarden. Als die overdracht niet marktconform is of gelieerd, komt pauliana snel in beeld. Tegelijk kan bestuurdersaansprakelijkheid spelen als het doel duidelijk was: doorschuiven en niet betalen.
Case 2: “geen baten”, maar wél recent nog geld binnen
Een BV wordt via turboliquidatie ontbonden. Toch blijkt uit correspondentie dat er kort ervoor nog projecten zijn afgerond en betalingen zijn ontvangen. Dan klopt het verhaal “geen baten” niet zonder meer.
In zulke dossiers is het vaak effectief om gericht bewijs op te vragen en te confronteren met concrete feiten. Niet algemeen: “U moet betalen”, maar specifiek: “Op datum X is project Y opgeleverd, wie heeft de betaling ontvangen en waar is die gebleven?” Hoe minder ontwijkruimte, hoe sneller er beweging ontstaat.
Case 3: selectief betalen en de rest laten vallen
Soms betaalt een BV in de laatste maanden alleen nog de eigen holding, een gelieerde leverancier of een interne lening af. Externe crediteuren blijven zitten. Dit is niet automatisch verboden, maar bij gelieerde partijen en benadeling kan de grens snel worden overschreden.
Daarbij speelt bewijs opnieuw de hoofdrol: facturen, bankindicaties, leveringsbewijzen, e-mails over betalingsregelingen, en signalen van gelieerde transacties. U hoeft niet alles te weten om druk te zetten – u moet genoeg weten om het risico voor de bestuurder voelbaar te maken.
Uw bewijspositie: hiermee wint u tijd en voorkomt u dat het dossier “verdampt”
Wie te lang wacht, ziet bewijs verdwijnen. Administraties “zijn kwijt”, mailadressen worden opgeheven, en activa zijn doorverkocht. Wij sturen daarom altijd op snelle dossieropbouw.
Denk aan: ondertekende opdrachten, afleverbonnen, e-mailbevestigingen, WhatsApp-afspraken, projectrapporten, urenstaten, en vooral: alles wat laat zien dat de wederpartij de prestatie heeft aanvaard. Als er discussie komt over kwaliteit of oplevering, wilt u niet achteraf reconstrueren, maar direct kunnen onderbouwen.
Ook belangrijk: leg vast wat u ziet in de buitenwereld. Screenshots van de website, een nieuwe KvK-inschrijving, dezelfde handelsnaam, hetzelfde team op LinkedIn. Het zijn geen “harde bewijzen” op zichzelf, maar ze vormen wel aanwijzingen die een rechter serieus neemt in samenhang met andere feiten.
De afweging: doorpakken of afboeken?
Niet elk dossier is het waard om door te zetten. Soms is de BV écht leeg en is er geen bestuurder met verhaal. Dan is stoppen rationeel.
Maar zodra er signalen zijn van doorstart, activa-overdracht, selectieve betalingen of een onvolledig verhaal bij turboliquidatie, verandert de rekensom. Dan wordt het een strategisch dossier. Juist omdat de debiteur rekent op uw vermoeidheid.
In dat stadium is het verstandig om niet meer te communiceren op basis van “vriendelijke verzoeken”, maar op basis van juridische positie: welke route past, welk bewijs is er, wie zijn de betrokkenen, en waar zit het verhaal.
De volgende stap als u dit nu meemaakt
Als uw debiteur de BV ontbindt om schuld te ontlopen, wacht dan niet tot er maanden voorbij zijn en het spoor koud is. Laat direct beoordelen welke route in uw situatie het meeste effect heeft: heropening vereffening, pauliana, bestuurdersaansprakelijkheid, of een combinatie.
Bij Intercash Juristen pakken onze juristen dit soort dossiers graag op als regiezaak: snel feiten ordenen, bewijsdruk opbouwen en gericht escaleren richting de personen en entiteiten waar het verhaal wél zit.
Een ontbonden BV is soms een eindpunt op papier. In de praktijk is het vaak het moment waarop u moet laten zien dat u zich niet laat wegspelen – en dat u het spel juridisch beter speelt dan de debiteur had ingecalculeerd.

















