Laatst bijgewerkt: 2 maart 2026 | Door Marc Tukker, WKI-geregistreerd incasso jurist.
Een mailtje van uw debiteur: “We zijn failliet verklaard.” En terwijl u nog naar uw openstaande facturen kijkt, weet u al wat er gaat gebeuren als u nu niets doet: u schuift achteraan in de rij. Bij een faillissement verandert incasso in schadebeperking – en wie snel en juridisch scherp handelt, pakt soms wél nog geld, goederen of grip.
Dit artikel gaat niet over nóg een herinnering sturen. Dit gaat over wat er juridisch wél kan als een klant failliet is en u uw schuld wilt innen: welke knoppen u nog heeft, wanneer u beter niet duwt en hoe u voorkomt dat uw vordering verdampt in de boedel.
Klant failliet schuld innen: de realiteit in cijfers
In de meeste faillissementen is de boedel leeg of bijna leeg. Concurrente crediteuren (de “gewone” schuldeisers) krijgen vaak weinig tot niets. Dat is hard, maar het is wél het vertrekpunt voor een goede strategie.
Onze juristen kijken daarom direct naar twee vragen. Eén: kunt u uit de concurrente massa komen, bijvoorbeeld met een eigendomsvoorbehoud, pandrecht, retentierecht of een andere voorrang? Twee: zo niet, kunt u de schade beperken door de juiste stappen bij de curator, met het juiste bewijs, op het juiste moment?
Het verschil tussen “we hebben ons gemeld” en “we hebben onze positie veiliggesteld” zit bijna altijd in details die ondernemers pas zien als het te laat is.
De eerste 48 uur na het faillissement beslissen uw kansen
Zodra het faillissement is uitgesproken, mag de debiteur niet meer vrij over zijn vermogen beschikken. De curator beheert de boedel. Tegelijk ontstaat er ruis: wie levert nog, wie haalt spullen op, wie heeft wat afgesproken, wie had een eigendomsvoorbehoud?
In die eerste 48 uur zien wij in de praktijk drie fouten die kostbaar zijn. Ondernemers leveren nog “even door” in de hoop op betaling. Ze sturen losse factuuroverzichten zonder contracten, pakbonnen of bewijs van algemene voorwaarden. Of ze gaan zelf druk uitoefenen op medewerkers van de failliet – terwijl de curator degene is die beslist.
Snelheid is nuttig, maar alleen als het juridisch klopt. Een verkeerde stap kan uw positie verzwakken of zelfs leiden tot een conflict met de curator dat u niet wint.
Uw vordering indienen is niet genoeg – bewijs bepaalt uw plek
Iedereen kan een vordering indienen bij de curator. De vraag is: wordt die vordering erkend, in welke rang, en met welke onderbouwing? Curatoren werken efficiënt. Als uw dossier niet direct klopt, gaat u op de stapel “uitzoeken” of “betwisten”. En bij betwisting bent u tijd én onderhandelingsruimte kwijt.
Een stevig vorderingsdossier bevat niet alleen facturen. Denk aan opdrachtbevestigingen, correspondentie over levering en acceptatie, pakbonnen/aftekenlijsten, en bewijs dat uw voorwaarden van toepassing zijn verklaard. Ook belangrijk: een duidelijke specificatie van wat hoofdsom is, wat al is betaald en welke creditnota’s er zijn. Curatoren prikken zo door slordigheid heen.
Wij zien regelmatig verweer opkomen in faillissementen dat vóór het faillissement “nooit” werd gevoerd. Ineens is er sprake van ondeugdelijke levering, onterechte meerwerkposten of een mondelinge korting. Dat is geen toeval: in faillissement is verweer een goedkope manier om u naar achteren te duwen.
Eigendomsvoorbehoud: uw snelste route naar waarde
Als u goederen heeft geleverd onder eigendomsvoorbehoud en dat is juridisch correct overeengekomen, kunt u in veel gevallen revindiceren: uw eigen spullen terughalen uit de boedel. Dat is vaak effectiever dan wachten op een uitdeling.
Maar “we hebben het in de offerte gezet” is niet automatisch genoeg. Het eigendomsvoorbehoud moet onderdeel zijn van de overeenkomst, aantoonbaar zijn aanvaard, en de goederen moeten identificeerbaar zijn. Bij doorverkoop, verwerking of vermenging wordt het ingewikkelder. Dan komt het aan op administratie: serienummers, voorraadlijsten, leverbonnen, foto’s, labels. Wie dat op orde heeft, staat sterk.
Praktijkvoorbeeld: een groothandel leverde technische componenten met serienummers. Na faillissement konden de goederen in het magazijn worden geïdentificeerd. Door meteen met een sluitend bewijsdossier richting curator te gaan, werd revindicatie toegestaan. Resultaat: goederen terug, verlies beperkt. Zonder serienummers was het “niet te herleiden” geweest en was de vordering concurrent gebleven.
Retentierecht: vasthouden wat u onder u heeft
Heeft u nog goederen van de failliete klant onder u, bijvoorbeeld een voertuig, machine, voorraad of materialen die u bewerkt of opgeslagen heeft? Dan kan retentierecht een krachtige positie zijn: u houdt de zaak onder u totdat uw vordering is voldaan.
Dit is geen brute kracht, maar juridisch gereedschap met voorwaarden. U moet een opeisbare vordering hebben die voldoende samenhang heeft met de zaak (bijvoorbeeld reparatie- of opslagkosten). En u moet feitelijke macht hebben over het object. Een sleutel overhandigen “voor het gemak” kan uw positie direct breken.
Retentierecht zien wij vaak in werkplaatsen, logistieke dienstverleners en verhuurders van opslagruimte. Het werkt vooral goed als u snel schakelt, uw vordering strak specificeert en de curator geen makkelijke route ziet om u te passeren.
Pandrecht en zekerheden: als u ze heeft, gebruik ze correct
Sommige ondernemers hebben wél zekerheden: een pandrecht (op vorderingen of inventaris), borgstelling, bankgarantie of concerngarantie. In faillissement is dat goud – mits u het correct uitwint.
Een pandrecht moet bijvoorbeeld geldig gevestigd zijn. Bij verpanding van vorderingen speelt de vraag of het stil of openbaar is, of de akte klopt en of de verpanding doorloopt. Bij borgstellingen is de tekst doorslaggevend: wanneer is de borg aanspreekbaar, geldt er een maximum, is er sprake van hoofdelijke aansprakelijkheid?
Wij zien vaak dat zekerheden “ergens in een map” zitten, maar nooit zijn geactiveerd. Dan verliest u tijd. En in faillissement is tijd letterlijk waarde.
Doorleveren na faillissement: soms slim, vaak duur
Na faillissement kan de curator vragen of u doorlevert zodat het bedrijf tijdelijk door kan draaien (doorstart, afronden orders, behoud waarde). Dat kán kansen bieden, maar alleen onder strikte voorwaarden.
De hoofdregel: lever niet op basis van oude openstaande posten. Nieuwe leveringen moeten zo veel mogelijk boedelschuld worden (kosten van de boedel), of vooraf worden betaald. In de praktijk betekent dit: duidelijke afspraken, schriftelijk bevestigd, met heldere betaalcondities. Anders financiert u de boedel terwijl uw oude vordering blijft hangen als concurrent.
Praktijkvoorbeeld: een dienstverlener bleef na faillissement nog twee weken support leveren “omdat het moest voor de operatie”. Er werd niets vastgelegd. De curator erkende de nieuwe facturen niet als boedelschuld en verwees naar de normale verificatie. Resultaat: extra uren gemaakt, extra verlies. Met een korte, juridisch juiste bevestiging vooraf had de uitkomst anders kunnen zijn.
Ontruiming en bedrijfspand: waar verhuurders vaak misgrijpen
Bent u verhuurder en is uw huurder failliet? Dan speelt er meer dan alleen huurachterstand. U wilt uw pand terug, schade beperken en voorkomen dat het pand maanden “op slot” zit door boedelgoederen.
De curator heeft bevoegdheden rond voortzetting of opzegging van de huurovereenkomst. Tegelijk kan er discussie ontstaan over oplevering, achtergelaten inventaris, en wie de kosten draagt voor ontruiming en herstel. Hier gaat het vaak mis door aannames: “ik ben eigenaar van het pand, dus ik bepaal.” In faillissement bepaalt de wet – en de curator volgt die strak.
Wat werkt in de praktijk: snel de contractstukken en betalingshistorie op tafel, helder communiceren richting curator, en juridisch scherp zijn op termijnen, opzegging en de status van vorderingen (boedelvordering versus faillissementsvordering). Soms is snelheid in ontruiming haalbaar, maar het hangt af van de boedel, de doorstartplannen en de aanwezigheid van goederen die nog waarde hebben.
Verweer van de curator pareren: feiten, niet emotie
Curatoren betwisten regelmatig (een deel van) vorderingen. Niet omdat ze u willen pesten, maar omdat ze de boedel moeten beschermen. U wint die discussie niet met “maar we hebben altijd zo gewerkt”. U wint met bewijs en een juridisch consistent verhaal.
Denk aan discussies over meerwerk, acceptatie, klachten, verrekening en opschorting. Als uw debiteur vlak voor faillissement al klaagde, moet u laten zien hoe u daarop heeft gereageerd en waarom de prestatie wél voldoet. Als er creditnota’s in de lucht hangen, moet u dat zuiver krijgen. En als de curator met verrekening komt, wilt u direct beoordelen of die verrekening überhaupt toegestaan is.
Onze aanpak is dan ook: dossier technisch dichtmaken, verweer voorsorteren en pas dan de curator onder druk zetten. Zonder dat wordt het trekken aan een dood paard.
De stille winst: signalen vóór faillissement die u kunt benutten
Veel faillissementen komen niet uit het niets. Achteraf zien ondernemers signalen: betalingsregelingen die telkens verschuiven, “nieuwe administratie”, wisselende contactpersonen, spoedverzoeken om levering zonder kredietruimte. Als u die signalen herkent, kunt u uw positie vooraf versterken.
Soms zit de winst in kleine dingen: leveringen beter identificeerbaar maken, zekerheden regelen, of contractueel strakker werken. Soms is het juist verstandig om niet meer op rekening te leveren. Dit is geen moraal, dit is risicomanagement.
Wanneer loont procederen nog bij faillissement?
Procederen na faillissement kan, maar het loont alleen als er een reële route is naar verhaal. Denk aan situaties met zekerheden, aansprakelijkheid van derden, of een curator die ten onrechte betwist. Een vonnis halen “voor het principe” is zelden een goede investering.
Het hangt af van de feiten: is er een borg? Is er een moedermaatschappij die meegetekend heeft? Is er sprake van paulianeus handelen vlak vóór faillissement? Dat zijn geen standaardvragen, maar precies de vragen die bepalen of u van kansloos naar kansrijk gaat.
Wie dit goed wil spelen, heeft iemand nodig die het faillissementsrecht én het bewijsrecht beheerst, en die de curator inhoudelijk kan pareren. Niet als schoothondje, maar als partij die weet waar de ruimte zit.
Pak regie: zo laten wij u niet achteraan aansluiten
Als een klant failliet is en u uw schuld wilt innen, is “aanmelden bij de curator” het begin, niet het einde. Uw echte kans zit in uw positie: eigendomsvoorbehoud, retentierecht, zekerheden, en een dossier dat betwisting overleeft.
Wilt u dat wij direct meekijken naar uw stukken en uw beste route bepalen? Bij Intercash Juristen nemen onze juristen het dossier over met volledige regie: snel, juridisch onderbouwd en gericht op maximaal verhaal. U hoeft niet te gokken welke stap de juiste is – u hoeft alleen te zorgen dat u vandaag nog handelt.
Wie bij faillissement tempo maakt met de juiste juridische knoppen, hoeft niet per se te verliezen. Soms is de winst niet het volledige bedrag, maar het feit dat u niet verdwijnt in de massa – en dat is precies waar professionals zich onderscheiden.

















