Je debiteur betaalt niet, maar rijdt wel ineens in een andere auto. Of het bedrijfspand is “verkocht” aan een bevriende BV, net voordat jij ging doorpakken. Op papier lijkt er niets meer te halen. In de praktijk is dit precies het moment waarop je niet moet gaan leuren om betaling, maar moet gaan kijken naar benadeling van schuldeisers – en of je transacties kunt laten terugdraaien.
De pauliana actio is dan een van de hardste juridische instrumenten. Niet vriendelijk. Wel effectief, mits je snel handelt en het bewijs strak op orde hebt. Hieronder leggen we uit wanneer je met een pauliana actio bij benadeling schuldeisers echt verschil maakt, welke valkuilen wij in dossiers steeds terugzien en hoe je de kans op verhaal maximaal houdt.
Pauliana actio bij benadeling schuldeisers: wanneer speelt dit?
Een pauliana (in het Burgerlijk Wetboek, en in faillissement via de Faillissementswet) gaat over rechtshandelingen waarmee een schuldenaar vermogen wegsluist of zekerheden verschuift, waardoor schuldeisers slechter af zijn. Denk aan het “leegtrekken” van een BV vlak voordat er betaald moet worden. De kernvraag is steeds: is jouw verhaalspositie door die handeling benadeeld?
Belangrijk: het gaat niet alleen om fraude in de klassieke zin. Ook ogenschijnlijk “normale” transacties kunnen paulianeus zijn als ze de schuldeisers benadelen en aan de wettelijke voorwaarden voldoen. Dat maakt de pauliana juist zo relevant voor ondernemers met openstaande vorderingen: je hoeft niet te bewijzen dat iemand een boef is, je moet bewijzen dat je verhaal is geschaad en dat aan de kennisvereisten is voldaan.
Twee routes: BW-pauliana en faillissementspauliana
Er zijn grofweg twee routes.
1) BW-pauliana (art. 3:45 BW): je vordert als individuele schuldeiser vernietiging van een rechtshandeling van de debiteur. Dat is relevant als er nog geen faillissement is uitgesproken.
2) Faillissementspauliana (art. 42 e.v. Fw): na faillietverklaring kan de curator bepaalde rechtshandelingen vernietigen. Als schuldeiser kun je dan niet zelf “de curator vervangen”, maar je kunt wel druk zetten met feiten, documentatie en concrete aanwijzingen – zodat de curator ziet dat er iets te halen valt.
In veel dossiers is timing alles. Als je te lang wacht, verdwijnen documenten, worden bedragen doorgeboekt en wordt bewijs troebel. Wie vroeg signaleert, heeft later de meeste slagkracht.
Het echte criterium: onverplicht + benadeling + wetenschap
Bij de BW-pauliana draait het meestal om drie elementen.
Onverplichte rechtshandeling
De handeling moet “onverplicht” zijn. Dus niet iets wat de debiteur sowieso al moest doen op grond van een bestaande verplichting. Een betaling van een opeisbare factuur is in beginsel verplicht – maar let op: het vestigen van zekerheden, het versneld aflossen met ongewone constructies of het overdragen van activa onder de marktwaarde is vaak wél onverplicht.
Benadeling van schuldeisers
Benadeling betekent dat schuldeisers door de handeling minder kunnen verhalen. Dat zit vaak in:
- activa die verdwijnen (voorraad, machines, vorderingen, goodwill)
- waarde die wegloopt (verkoop onder marktwaarde)
- zekerheden die verschuiven (pand/hypotheek aan een “vriend” waardoor jij achteraan sluit)
Het gaat om het effect op verhaal, niet om morele verontwaardiging. In procedures winnen feiten het van vermoedens.
Wetenschap van benadeling
De wetenschapseis is waar veel ondernemers afhaken – onterecht. Je hoeft niet altijd “opzet” aan te tonen. Bij rechtshandelingen om niet (bijvoorbeeld schenken) ligt de drempel lager. Bij rechtshandelingen onder bezwarende titel (verkoop) moet je doorgaans aantonen dat de schuldenaar én de wederpartij wisten of behoorden te weten dat benadeling het gevolg zou zijn.
Daarom is de wederpartij vaak het zwakke punt in de constructie. Bij transacties binnen een groep, familie of vaste zakenrelatie is het verhaal “we wisten van niets” meestal niet geloofwaardig als de cijfers, e-mails en timing iets anders zeggen.
Praktijkcase 1: activa naar zuster-BV vlak voor escalatie
Wij zien het regelmatig: een werkmaatschappij heeft achterstanden, jij kondigt juridische stappen aan, en binnen twee weken wordt het wagenpark “verkocht” aan een zuster-BV. De koopsom is laag en wordt verrekend met een interne rekening-courant. Resultaat: werkmaatschappij leeg, zuster-BV rijker, jij met lege handen.
In zo’n dossier is de route vaak: zo snel mogelijk beslag- en vermogensinformatie veiligstellen, de transactie uitvragen, en dan gericht aanvallen op onderwaarde, verrekening zonder cash en de verbondenheid tussen partijen. Bij gelieerde vennootschappen ligt wetenschap van benadeling veel sneller voor de hand. Als dezelfde bestuurder aan beide kanten tekent, is “onwetendheid” een lastig verdedigbaar standpunt.
De winst zit niet alleen in het terugdraaien van de overdracht. Alleen al het serieuze vooruitzicht daarop zet vaak druk op een regeling, omdat de wederpartij ineens risico loopt op teruggave of waardevergoeding.
Praktijkcase 2: selectieve betaling en zekerheden schuiven
Een andere klassieke: jouw debiteur betaalt vlak voor de afgrond nog snel één partij volledig, vaak een bevriende leverancier of een privélening van de DGA. Tegelijk wordt aan die partij een pandrecht of hypotheek gegeven “ter zekerheid”. Jij blijft onbetaald.
Selectieve betaling is niet automatisch paulianeus, maar het vestigen van zekerheid vlak voor insolventie kan dat wel zijn. Zeker als er geen reële nieuwe tegenprestatie is en de debiteur al wist dat hij andere schuldeisers onbetaald zou laten.
Wat hier telt: timing (hoe kort op de betalingsproblemen), de financiële toestand (aanmaningen, betalingsregelingen, negatieve cijfers), en het ontbreken van zakelijke logica. Als een debiteur ineens zekerheden uitgeeft die hij maandenlang niet gaf, is dat zelden toeval.
Bewijs: waar procedures op worden gewonnen
De fout die wij vaak zien: ondernemers vertrouwen op “iedereen ziet toch dat dit fout is”. De rechter wil onderbouwing. Geen gevoel.
Sterke bewijsstukken zijn bijvoorbeeld de jaarrekening/kolommenbalans, bankafschriften (voor zover beschikbaar), e-mailcorrespondentie over betalingsproblemen, WhatsApp-berichten over “even parkeren” van assets, koopovereenkomsten, taxaties, RDW-gegevens, uittreksels uit het handelsregister en facturen die de waarde onderbouwen.
Ook belangrijk: maak de tijdlijn scherp. Wanneer was jouw vordering opeisbaar? Wanneer zijn er
sommaties verstuurd? Wanneer is de transactie gedaan? Hoe ontwikkelde de betalingsonmacht zich? In paulianazaken is timing vaak het verschil tussen aannemelijk en twijfelachtig.
Het ‘it depends’-deel: wanneer de pauliana niet het beste wapen is
Er zijn dossiers waarin een pauliana actio bij benadeling schuldeisers weinig oplevert.
Als de transactie verplicht was (bijvoorbeeld betaling van een opeisbare schuld zonder bijzondere omstandigheden), wordt het lastig. Als de wederpartij echt te goeder trouw was en marktconform betaalde, is vernietiging onzeker. En als er simpelweg geen vermogen meer is, kan procederen juridisch gelijk opleveren maar financieel weinig.
Daarom draait het om strategische selectie: eerst verkennen of er daadwerkelijk verhaalswaarde is én of de bewijspositie de wetenschapseis kan dragen. Soms is sneller beslag, soms een bestuurdersaansprakelijkheidsspoor, soms een
faillissementsaanvraag als drukmiddel richting curatorroute. Eén dossier, één plan.
Faillissement: hoe je als schuldeiser de curator in beweging krijgt
Zodra faillissement is uitgesproken, verschuift het speelveld. De curator beslist of hij een faillissementspauliana oppakt. Curatoren zijn zakelijk: ze doen het als het boedelbelang groot genoeg is en de bewijsvoering haalbaar.
Wil je dat een curator dit serieus neemt, lever dan geen verhaal, maar een dossierpakket: transactiegegevens, partijen, data, indicatie van waarde, en waarom het onverplicht en benadelend is. Hoe concreter je het maakt, hoe groter de kans dat het op de actielijst komt.
En ja: soms moet je ook realistisch zijn. Als de boedel leeg is en procederen duur, kan een curator terughoudend zijn. Dan is het zaak om te kijken of je zelf nog andere routes hebt vóór
faillissement, of om vroegtijdig signalen op te vangen zodat je niet achteraf achter de feiten aanloopt.
Snelheid is geen luxe, maar bewijsbescherming
Bij pauliana gaat het niet alleen om geld terughalen, maar om controle terugpakken. Iedere week wachten betekent: meer doorboekingen, meer verdwenen documenten, meer “nieuwe” afspraken op papier. En hoe langer het duurt, hoe makkelijker de wederpartij zich kan positioneren als te goeder trouw.
Wij werken daarom in de praktijk met een strakke eerste fase: vermogen en transacties in kaart, tijdlijn bouwen, wederpartij confronteren met concrete feiten. Niet om te bluffen, maar om de zaak juridisch dicht te timmeren.
Wie dit goed doet, ziet vaak een interessant effect: een debiteur die zich eerst onvindbaar hield, wordt ineens onderhandelbaar. Niet omdat hij moreel is bijgedraaid, maar omdat het risico van terugdraaien of aansprakelijkheid ineens echt wordt.
Volgende stap: laat ons de transactie juridisch aanvallen
Heb jij sterke aanwijzingen dat er vlak voor jouw incasso-escaltie goederen zijn overgedragen, zekerheden zijn gevestigd of vermogen is “weggezet”? Dan is dit geen kwestie van nog een herinnering sturen. Dan wil je een jurist die de pauliana-kansen snel en hard beoordeelt, met focus op bewijs en verhaalswaarde.
Bij
Intercash Juristen pakken onze juristen dit soort dossiers praktisch aan: we analyseren de transactie, bepalen welke route juridisch het meest kansrijk is en zetten druk waar die hoort – op de plek waar het geld heen is gegaan.
De geruststelling is simpel: wie benadeling laat passeren, betaalt de prijs. Wie het op tijd ziet en strak onderbouwt, houdt een reële kans om verhaal terug te halen – ook als de debiteur dacht dat hij al “veilig” was.